Achtergrondinformatie

De uiteindelijke totstandkoming van het VIP kent twee belangrijke
momenten: het Ambtswoninggesprek en de overeenkomst in Museum
Willet Holthuijsen.

Het Ambtswoning-gesprek In 2006 vond op initiatief van wethouder H. Belliot een gesprek in de ambtswoning plaats. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam: wethouder A. Aboutaleb, de ambtenaren Suze Groenendijk en Walter Kamp. Het AMC was vertegenwoordigd door mw. L. Gunning, voorzitter en decaan, en dhr. D. Linszen; en van de GGZ: mw. M. Nijssen, mw. M. Bot en mw. D. Monissen. Voor Agis was dhr. J. Hendriks (voormalig voorzitter) aanwezig.

De conclusie van alle betrokkenen - gemeente, Agis, GGZ en AMC - luidde dat Vroege Interventie bij Psychose (VIP) voor de gehele stad niet alleen wenselijk is, maar ook noodzakelijk. Allereerst, om de (secondaire) ernstige gevolgen van psychose en schizofrenie tegen te gaan. Maar vooral om de psychosociale teloorgang van alle patiënten met een eerste psychose zoveel mogelijk te voorkomen gedurende de eerste drie jaar van hun ziekte. Daarnaast was van belang wetenschappelijk onderzoek naar het effect eraan te verbinden.

Na enkele bezoeken aan Birmingham, brachten de GGZ-bestuurders en -behandelaars de situatie in Amsterdam in kaart. De geschatte incidentie van eerste psychoses in Amsterdam varieerde tussen de 90 en 140 patiënten; de hulpzoekende incidentie tussen de 90 en 100 patiënten. Dit betekent dat er circa 100 Amsterdammers per jaar voor het eerst psychotisch worden. Op basis van deze cijfers werd een plan van aanpak opgesteld en een begroting gemaakt voor 3 VIP-teams. Zo ging in september 2006 het eerste VIP-team van start.

De overeenkomst Museum Willet-Holthuysen In 2008 vond een belangrijke bijeenkomst plaats in het museum Willet-Holthuysen, met als doel het bereiken van een bestuurlijke overeenkomst over het VIP Amsterdam. Voorzitter van deze bijeenkomst was dhr. L. van Wijk (KLM). Aanwezig waren sleutelfiguren van de GGZ-instellingen: J. Muller (Mentrum), W. van Ewijk en A.J. Beekman (Buitenamstel-VU-Geestgronden), Mw. M. Bot en de heren D. Denys en D. Linszen (AMC-de Meren). Namens de gemeente namen deel de heren G. van Brussel, R. Zegerius en W. Kamp. Namens Agis was J. Crasborn aanwezig. Inhoudelijk belangstellenden waren dhr. N. Urbanus (voorzitter van de RvT van de UvA) en mw. G. Santing (voormalig voorzitter Ypsilon).

Alle aanwezigen achtten het VIP-project noodzakelijk voor de ontwikkeling van een goede zorg voor jongeren die voor het eerst psychotisch worden/zijn. En het VIP werd innovatief bevonden vanwege het op de lange duur voorkomen van veel gezondheidsschade en maatschappelijke schade. Voorwaarde voor de start was het gezamenlijk karakter van het project. Voor een optimale uitvoering van het project werden uit de 3 GGZ-instellingen multidisciplinaire teams samengesteld.